Samenleving & Politiek

Hoe het recht op protest stap voor stap wordt ingeperkt

Wegblokkade door Code Rood in de Antwerpse Haven, © ID/Patrick De Roo

Onze democratische ruimte krimpt. Nieuwe wetten en sancties maken van bezorgde burgers en sociale bewegingen steeds vaker een doelwit, met vrijheid als collateral damage.

Actief burgerschap is niet enkel gaan stemmen eens om de vier jaar. Een verkozen volksvertegenwoordiger carte blanche geven om de hele legislatuur uit te voeren wat de partij van hen verwacht, is dat ook niet. Oprechte volksvertegenwoordiging vraagt dat betrokken burgers de ruimte krijgen om hun bezorgdheden te uiten aan beleidsmakers. Daarin ligt een belangrijke rol voor sociale bewegingen. Zij capteren die eisen en bevorderen via mobilisatie zowel de bescherming van vrijheden als de vooruitgang van de samenleving. Een democratie kan enkel werken met transparantie, controle en inspraak.

Daarom houden we als mensenrechtenorganisatie onze democratische ruimte nauwlettend in het oog. Dat is nodig. Want het recht op protest wordt langs allerlei kanten aangevallen. We zien steeds meer losstaande wetten die protest criminaliseren. Is dat een complot om mensenrechten te ondermijnen? Zo ver hoeven we nog niet te gaan. Wel zien we een doorgedreven veiligheidsperspectief dat brandhout dreigt te maken van onze fundamentele rechten. Collateral damage voor zogezegde veiligheid, zeg maar. Maar wat brengt die veiligheid ons als we er alle vrijheid voor opgeven?

In dit stuk lijsten we de voorbeelden op van maatregelen die de ruimte voor sociale actie en protest doen krimpen, en tonen we aan hoe de rigide zoektocht naar orde en handhaving leidt tot een steeds strakkere greep op onze mensenrechten.

GAS-BOETE

Eerst waren er Gemeentelijke Administratieve Sancties, of GAS-boetes. Die geven steden en gemeenten de mogelijkheid om overlast en kleine misdrijven te bestraffen. Een lokaal handhavingsmiddel zonder dat er een rechtbank aan te pas komt. De gemeentelijk ambtenaar stelt de inbreuk vast en geeft die door aan een collega. Die zal de case opnieuw bekijken, maar deze keer zonder de situatie met eigen ogen gezien te hebben. Zo oordeelt de sanctionerende ambtenaar of er een boete nodig is en int deze later.

Sinds de invoering van dit systeem is de Liga, samen met vele critici, het eens over de gevaren van GAS-boetes. Een brede coalitie van sociale organisaties formuleerde duidelijke bezorgdheden over deze repressieve tool, die zonder al te veel garantie op controle werd toebedeeld aan de lokale besturen. We gingen zelfs tot het Grondwettelijk Hof, maar vingen bot.

Drie bezorgdheden springen in het oog. Een, de vervaging van de scheiding der machten, aangezien de gemeente optreedt als rechter én partij. Twee, de enorme willekeur en ingebakken rechtsonzekerheid die aan de basis van het GAS-systeem ligt. En, drie, de behoefte aan sociale oplossingen voor sociale problemen. GAS-boetes lijken een manier om de drang naar disciplinering van kwetsbare groepen, die niet voldoen aan de verwachtingen van de samenleving, te vervullen. Want dat was het doel: kort op de bal overlast bestrijden zonder het volledige justitieapparaat te doorlopen. Dat de gemeentes zelf mogen bepalen wat 'overlast' is en wat precies allemaal met GAS beboet wordt, leek een kanttekening.

Concreet waarschuwde de Liga dat het GAS-systeem ook zou worden gebruikt voor protest. Het opkomen voor je eigen mening zou worden gezien als overlast. Protest mag nochtans tijdelijk hinder veroorzaken. Toch is die verwarring tussen protest en overlast exact wat er vandaag gebeurt. Al is de situatie moeilijk te onderzoeken. Er bestaat namelijk geen GAS-boete specifiek voor protest. Politiereglementen nemen alle publieke evenementen op onder één noemer. Speelstraten of buurtfeesten worden over dezelfde kam geschoren als manifestaties en sociale actie. Zo is er geen onderscheid te maken bij een vastgestelde inbreuk. Boetes worden uitgeschreven voor bijvoorbeeld verstoring van openbare orde, belemmering van het verkeer, of het geen toestemming hebben voor een 'evenement'. Dat zorgt er uiteindelijk wel voor dat het probleem niet te overzien is. We zijn volledig op deelnemers en organisatoren van protest aangewezen om de omvang van het probleem in kaart te brengen. Want los van hoeveel 'overlast' er tijdens een protestactie was, kunnen organisatoren van de actie een GAS-boetes in de bus krijgen omdat ze die niet op tijd aanvroegen. Of dat nu een stille wake voor Gaza is of een reactie op nieuwe besparingen in de kinderopvang. Die redenering is zowat het tegenovergestelde van wat oorspronkelijk de bedoeling was van GAS.

Organisatoren van een protestactie kunnen een GAS-boete in de bus krijgen omdat ze die niet op tijd aanvroegen.

Het GAS-systeem is intussen ingeburgerd en we ondervinden vandaag de zeer reële gevolgen ervan voor onze rechten. Daarnaast probeert de overheid steeds op nieuwe manieren extra handhaving door te voeren, die even grote gevolgen kan hebben voor onze fundamentele rechten.

BETOGINGSVERBOD

De laatste jaren passeerden al enkele wetsontwerpen die op basis van vage terminologie gevaarlijk kunnen zijn voor het stakingsrecht, het recht op vergaderen en het recht op vrije meningsuiting. Zo wilde minister van Justitie, Vincent Van Quickenborne (Open VLD), in 2023 een gerechtelijk betogingsverbod als nieuwe sanctie introduceren. Dat als onderdeel van de hervorming van het strafrecht. Het doel: 'relschoppers' aanpakken. Volgens die logica zouden mensen kunnen worden bestraft die geen deelnemers zijn, maar die een betoging gebruiken om opzettelijke vernielingen aan te richten.

Een betogingsverbod voor het gooien van eieren of het aanbrengen van afwasbare verf is uitermate disproportioneel.

De boeman hier is niet het doel van deze wet, maar wel de gebruikte terminologie. Natuurlijk is het bij een protestactie niet de bedoeling dat er geweld wordt gebruikt of vernielingen worden aangebracht, maar daarvoor zijn al andere strafrechtelijke sancties van toepassing. Als die niet volstaan, zal eerder naar de werking van het justitieapparaat moeten worden gekeken, en niet naar extra maatregels die 'sneller' kunnen bestraffen. In de praktijk betekent dit hoogstwaarschijnlijk dat bepaalde procedures omzeild of verkort worden, iets wat we ook zien bij GAS. Onder de opsomming van misdrijven van die 'relschoppers' viel ook 'vandalisme', opnieuw een ruim te interpreteren begrip. Het gooien van eieren of het aanbrengen van afwasbare verf had hier ook onder kunnen vallen. Daarvoor een betogingsverbod krijgen en iemands rechten inperken, is uitermate disproportioneel.

Daarnaast was het begrip 'protestbijeenkomst' gedefinieerd als 'elke bijeenkomst die op de openbare weg wordt georganiseerd met als doel één of meer collectieve eisen kenbaar te maken'. Een manier van mobiliseren die vaak wordt ingezet door het middenveld. Dat wetsontwerp zou natuurlijk niet kunnen verhinderen dat mensen die van plan zijn om vernielingen aan te brengen, dat ook daadwerkelijk te doen. En voor het inperken van een grondrecht zoals het recht op verenigen of het recht op vrije meningsuiting was de maatschappelijke noodzaak van de strafmaatregel niet aangetoond. Dat is nochtans een absolute voorwaarde vooraleer men kan overgaan tot een inperking.

Aanhoudende druk en mobilisatie van zowat het hele middenveld veegde de wet-Van Quickenborne van tafel. Jammer genoeg schreven de Arizonapartijen een nieuwe poging tot betogingsverbod in hun regeerakkoord. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

KWAADWILLIG ONDERMIJNEN GEZAG STAAT

In dezelfde hervormingsslag van het Strafwetboek heractualiseerde men artikel 548. Dat artikel criminaliseert 'het kwaadwillig ondermijnen van het gezag van de staat'. Dit bestaat uit 'het kwaadwillig en publiekelijk ondermijnen van de bindende kracht van de wet of de rechten of het gezag van constitutionele instellingen door het rechtstreeks uitlokken van ongehoorzaamheid aan een wet die een ernstige en reële bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de moraal'.

Publiekelijk aanvechten van wetten die in strijd zijn met fundamentele rechten en internationale normen, is net de rol van middenveld en betrokken burgers.

Dat publiekelijk aanvechten van wetten die in strijd zijn met fundamentele rechten en internationale normen, is net de rol van middenveld en betrokken burgers. Want niet enkel wie, maar ook de manier waarop, kan op die manier worden gecriminaliseerd. Het 'uitlokken van ongehoorzaamheid' zou via dit artikel Justitie ook meer middelen geven om strafrechtelijk op te treden tegen burgerlijke ongehoorzame acties.

Verontrust door deze criminalisering van burgerlijke ongehoorzaamheid, ging Liga voor Mensenrechten samen met de vakbonden, Greenpeace en Amnesty International in beroep bij het Grondwettelijk Hof. We bevragen het Hof of de vage bewoordingen van dit artikel de toets van de Grondwet doorstaat. Ook het Federaal Mensenrechten Instituut gaat akkoord met onze bezorgdheden.

VERBOD 'RADICALE' ORGANISATIES

Terwijl we nog wachten op een uitspraak, werd afgelopen zomer alweer een nieuw, parallel pad geopend. Minister van Binnenlandse Zaken, Bernard Quentin (MR), kreeg de goedkeuring van de ministerraad voor zijn wetsontwerp om 'radicale organisaties' administratief te verbieden zonder dat er een rechter aan te pas komt. Met een verslag van Staatsveiligheid, OCAD of een andere veiligheidsdienst dat concludeert dat de organisatie extremistisch of radicaal is, kan de minister een organisatie ontbinden. Dit enkel op een administratieve manier. Als er wordt aangezet tot haat of geweld, gelden natuurlijk de bestaande strafwetten. Wat de meerwaarde van dit nieuwe wetsontwerp dan precies is, is onduidelijk. De gevaren zijn echter overduidelijk: een uitholling van de scheiding der machten en een breed te interpreteren terminologie met kans op doelverschuiving.

Het wetsontwerp komt er kort nadat er in juli een OCAD-rapport het collectief Code Rood als 'geradicaliseerd' omschrijft.

Bijkomend lijkt men geen verschil te maken tussen extremistisch en radicaal. Het wetsontwerp komt er kort nadat er in juli een OCAD-rapport het collectief Code Rood als 'geradicaliseerd' omschrijft. Dit collectief gebruikt vooral vreedzame burgerlijke ongehoorzaamheid als actiemiddel. Opmerkelijk is dat hetzelfde rapport Greenpeace lijkt te bestempelen als een goed voorbeeld van vreedzaam actievoeren. Over hun protesten schrijft men: "Greenpeace deed dit door het voeren van spectaculaire geweldloze acties die hierdoor veel media-aandacht kregen. Zij slaagden er hierdoor ook in om te wegen op het beleid." Greenpeace heeft nochtans ongelofelijke winsten kunnen boeken via hun strategieën die perfect kunnen vallen onder het 'kwaadwillig aantasten van gezag'. En dat 14 Greenpeace activisten werden veroordeeld voor een burgerlijk ongehoorzame actie in de haven van Zeebrugge lijkt snel vergeten. Context is van belang. Burgerlijke ongehoorzaamheid is wel degelijk vreedzaam, maar daarom niet niet-radicaal in de ogen van de staat.

VAGE WETTEN WORDEN MISBRUIKT

Om de reële gevolgen van vage wetten in praktijkvoorbeelden te gieten, gaan we terug naar de Greenpeace-veroordeling. In die uitspraak werd verwezen naar een wet die in het leven geroepen werd om mensen op de vlucht te bestraffen die de haven betreden om op vrachtvervoer te klimmen en zo naar het Verenigd Koninkrijk te raken. Bij de invoering werd gezegd dat de wet niet zou worden gebruikt voor sociale actie. We zijn nog geen decennium later en er schiet van die belofte al niets meer over. Wat hier gebeurt, is de meeste vergevorderde vorm van doelverschuiving. Een wet wordt ingevoerd, maar zodanig verwoord dat ze later ruimer geïnterpreteerd wordt en leidt tot een veroordeling in een compleet andere context.

Een wet wordt ingevoerd, maar zodanig verwoord dat ze later ruimer geïnterpreteerd wordt en leidt tot een veroordeling in een compleet andere context.

Een ander voorbeeld is de veroordeling van vakbondslieden in 2021 op basis van strafwet artikel 406. Ze werden veroordeeld voor 'kwaadwillige belemmering van het wegverkeer' voor hun deelname aan een stakingspost op de E40. Ook over dat artikel werd uitdrukkelijk beweerd dat het niet aan het recht op staken zou raken. Zo dekte ook Gents burgemeester, Daniël Termont, zich in bij invoering van een nieuwe GAS-regel in 2018. Tot de situatie zich leende om toch ook die regel in te zetten tegen een protestactie tijdens de Gentse Feesten.

Zoals het veelvoud aan voorbeelden aantoont, is het duidelijk dat de politiek zelf geen vat meer heeft op een wet eenmaal die gestemd is. Gelukkig werd recent een clausule toegevoegd aan de wet die de vakbondslieden veroordeelde. Dat zou nu niet meer kunnen. Ook het advies van het Federaal Mensenrechten Instituut verwijst naar de begripsverwarring rond 'kwaadwillig'.

AFSCHRIKKINGSEFFECT

Niettemin is het gevolg van deze criminaliseringstrend, hoe onbedoeld ook, een chilling effect of afschrikkingseffect. Als een bezorgde burger zich wil uitspreken, zal die misschien twee keer nadenken vooraleer die op straat komt. Dat toont hoe de regering het concept 'veiligheid' invult, en vooral hoe ze niet losraakt van een eenzijdig handhavingsperspectief doorspekt van orde en tucht. Maakt de beknotting van protest ons dan veiliger? Want net zoals de vragen 'wat zijn relschoppers dan?' of 'wat is kwaadwillige aantasting precies?', kan je de vraag stellen 'wat is veiligheid dan precies?'.

 

SAMPOL ONLINE

40€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
Meest gekozen 

SAMPOL COMPLEET

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL STEUN

100€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
 

SAMPOL SPONSOR

500€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*