Samenleving & Politiek
BOEK

Social Democracy. Short Histories

Eunice Goes schrijft het verhaal van de sociaaldemocratie: van de revolutionaire fase eind 19de eeuw tot de fase van de verwarring vandaag.

Eunice Goes heeft met haar boek een toegankelijk overzichtswerk geschreven over de sociaaldemocratie. Op basis van secundaire bronnen schetst ze de ontwikkeling van deze politieke beweging, van haar ontstaan tot vandaag. Omdat het om een recent werk gaat, verwerkt ze bijvoorbeeld ook de impact van de Covid-crisis in haar analyse. Toch blijven bepaalde belangrijke gebeurtenissen zoals de inval in Irak in 2003 en de genocide in Gaza vanaf 2023 onbesproken. Bovendien beperkt Goes haar focus tot de westerse context: de landen van de Europese Unie, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland en Australië. Over de evolutie van de sociaaldemocratie in andere delen van de wereld - zoals Argentinië, Rusland, Marokko, Japan of India - vernemen we niets. Het boek vertelt dus het verhaal van de westerse sociaaldemocratie, die Goes onderverdeelt in vier ontwikkelingsfasen.

DE REVOLUTIONAIRE FASE

Het verhaal van de sociaaldemocratie begint rond 1870 bij de Eerste Internationale, waar drie grote stromingen zichtbaar waren: de anarchistische stroming, vertegenwoordigd door Bakoenin; de communistische stroming, vertegenwoordigd door Karl Marx; en de socialistische stroming, gedragen door diverse reformistische bewegingen.

De Eerste Internationale ging uiteindelijk ten onder aan de onoverbrugbare tegenstellingen tussen anarchisten enerzijds en communisten/socialisten anderzijds. Aanvankelijk werd de term sociaaldemocratie vooral met de kleine burgerij geassocieerd, maar zowel de volgelingen van Marx en Engels als andere socialisten namen die benaming geleidelijk over. Bij de oprichting van de Tweede Internationale werd de term zelfs door iedereen gebruikt. De ideologische basis van de sociaaldemocratie was in essentie de ideeën van Karl Marx. De eerste grote sociaaldemocratische partij ontstond in 1875 in Duitsland: de SPD. Deze partij werd het model voor vele andere sociaaldemocratische partijen in Europa.

In dit deel van het boek bespreekt Eunice Goes de belangrijkste ideologische pijlers van deze vroege sociaaldemocratie: politiek gericht op de werkende klasse, het internationalisme, het marxisme, de klassenstrijd en de revolutie. Tegelijk toont ze hoe sterk de interne spanningen waren tussen verschillende tendensen, onder meer tussen Karl Marx en Eduard Bernstein. Bernstein was de eerste sociaaldemocraat die de ideeën van Marx systematisch bekritiseerde. De kern van het debat draaide om twee punten: het internationalisme en de te volgen politieke strategie (electorale of revolutionaire weg). Ondanks deze spanningen bleef de sociaaldemocratie relatief verenigd tot aan de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie. Tijdens de Eerste Wereldoorlog schaarden bijna alle sociaaldemocratische partijen zich achter hun nationale regeringen en lieten ze het internationalisme varen. De Russische Revolutie van 1917 betekende bovendien het formele einde van de Tweede Internationale. Over dat einde en over de rol van Lenin zegt Goes bijna niets. Wel benadrukt ze duidelijk dat de reformisten de oorspronkelijke ideeën van de sociaaldemocratie de rug toekeerden en daarom ook als revisionisten kunnen worden omschreven.

DE REFORMISTISCHE FASE

De reformistische fase van de sociaaldemocratie begint eigenlijk met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914. Lenin verklaarde de Tweede Internationale in 1915 failliet nadat veel sociaaldemocratische partijen aansloten bij de oorlog van hun nationale regering. Na het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918 splitsten in heel Europa de revolutionaire vleugels zich af van de sociaaldemocratische partijen en richtten zij communistische partijen op. Terwijl de communisten een totaal nieuwe samenleving nastreefden, kozen de sociaaldemocraten voor de verbetering van de bestaande samenleving.

Terwijl de communisten een totaal nieuwe samenleving nastreefden, kozen de sociaaldemocraten voor de verbetering van de bestaande samenleving.

Tijdens het Interbellum (1918-1940) namen sommige sociaaldemocratische partijen deel aan regeringen. Toch konden zij in die periode weinig verwezenlijken, wat vooral de onmacht van de sociaaldemocratie blootlegde. Het was een tijd waarin de sociaaldemocratische beweging van crisis naar crisis ging. Pas na de Tweede Wereldoorlog, vanaf 1945, brak de gouden periode van de sociaaldemocratie aan.

In de naoorlogse context ontstond de keynesiaanse consensus, waarbij de overheid het voortouw nam in de heropbouw, gesteund door Amerikaanse hulp via het Marshallplan. In 1951 werd bovendien de Socialistische Internationale heropgericht, wat de nieuwe marsrichting van de sociaaldemocratie aangaf. Tegen het communisme en voor een hervorming van het bestaande kapitalisme. De sociaaldemocratische intellectueel Anthony Crosland was de verpersoonlijking van deze ontwikkeling. In 1959 gaan er ook alternatieve visies rond in de SPD, zoals het democratisch socialisme. In de reformistische fase komt de crisis van de jaren 1970 aan bod en wordt de opkomst van de Europese Unie gekaderd. Het is in die periode dat het neoliberalisme hegemonisch gaat worden.

DE FASE VAN DE TERUGTREKKING

Eunice Goes omschrijft deze fase als een periode waarin de sociaaldemocratie zich ideologisch terugtrekt. Het is ook de tijd waarin de Derde Weg opgang maakt. Volgens Goes gaat het om een nieuwe vorm van revisionisme: de Derde Weg legt de nadruk op globalisering, een begroting in evenwicht, lage inflatie, en rechten en plichten. Sociale rechtvaardigheid verdwijnt daarbij uit beeld. In plaats daarvan richt de sociaaldemocratie zich vooral op postmateriële waarden en een technocratische benadering van de politiek. Ze omarmt de globalisering en de vrije markteconomie, en trekt zich terug als sociaal corrigerende kracht.

In de jaren 1980 wint bovendien de EU aan slagkracht en ontwikkelt ze zich tot een volwaardig beleidsniveau. Goes benadrukt daarbij de neoliberale structuren van de EU, die volgens haar de politieke autonomie van de sociaaldemocratie ernstig beperken. Deze neoliberale visie wordt verder verankerd in de Maastrichtnormen van 1992. Daarbovenop komt de ineenstorting van de Sovjet-Unie en het communisme (1989-1991), wat de Europese sociaaldemocratie opzadelt met een diepe identiteitscrisis. In dit deel van het boek komen tal van gebeurtenissen en ontwikkelingen samen - eigenlijk te veel om in één recensie volledig weer te geven. Zelfs toen 12 van de 15 EU-leiders van sociaaldemocratische signatuur waren tussen 1998-2003, slaagden ze er niet in om een alternatief tegenover het neoliberale EU te presenteren.

DE FASE VAN DE VERWARRING

In 2008 breekt de financiële en economische crisis uit, en ook de Derde Weg blijkt failliet: ze heeft geen antwoorden op de nieuwe realiteit. Eunice Goes omschrijft deze fase als een periode van fragmentatie. In de hele EU wordt bespaard, en veel sociaaldemocratische partijen nemen hieraan deel. Het gevolg is dat ze daarvoor electoraal worden afgestraft en in sommige landen, zoals Griekenland en Ierland, zelfs terugvallen tot marginale politieke positie.

In 2008 breekt de financiële en economische crisis uit, en ook de Derde Weg blijkt failliet: ze heeft geen antwoorden op de nieuwe realiteit.

In dit hoofdstuk introduceert Goes ook de term polycrisis: een complexe situatie waarin meerdere, crisissen samenkomen en elkaar versterken. Toch lijkt Goes, volgens mij, de reikwijdte van die polycrisis nog te onderschatten. Ze verwijst naar de klimaatcrisis, Covid en de Russische inval in Oekraïne, maar laat andere cruciale gebeurtenissen onbenoemd, zoals de inval in Irak (2003), de Arabische Lente (2010-heden) en de genocide in Gaza (2023-heden). Deze fase is nog niet afgesloten.

OPEN TOEKOMST

Volgens Eunice Goes tekenen zich drie mogelijke toekomstscenario's af voor de sociaaldemocratie. Het eerste scenario is dat van de status quo, waarbij sociaaldemocratische partijen het neoliberale beleid blijven uitvoeren maar proberen de hardste gevolgen ervan te verzachten. Het tweede scenario houdt in dat andere politieke krachten de sociaaldemocratische idealen gaan realiseren. In België zien we dat bijvoorbeeld bij radicaal-links en de ecologische partijen. Het derde scenario is dat van een revival: de heropleving van de sociaaldemocratische idealen binnen de sociaaldemocratische partijen zelf.

Welke richting de westerse sociaaldemocratie uiteindelijk zal inslaan, blijft vooralsnog onduidelijk. De huidige context is voor velen verwarrend, maar tegelijk ook open en vol mogelijkheden.

Mohamed El Khalfioui

Social Democracy

Eunice Goes
Agenda Publishing, Newcastle, 2024
 

SAMPOL ONLINE

40€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
Meest gekozen 

SAMPOL COMPLEET

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL STEUN

100€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
 

SAMPOL SPONSOR

500€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*