Samenleving & Politiek
STATE OF THE LEFT

SPD zet Duits Israëlbeleid op scherp

Waar 'Staatsräson' ooit onaantastbaar was in de relatie van Duitsland met Israël, schuift de SPD op richting kritischer standpunten. De steun aan Israël is niet langer zonder voorbehoud.

Iedereen met enige belangstelling voor de internationale politiek kent de gevleugelde woorden die de christendemocratische oud-kanselier Angela Merkel (CDU) op 18 maart 2008 tijdens haar rede in de Knesset, het Israëlische parlement, uitsprak: 'Deze historische verantwoordelijkheid voor de veiligheid van Israël is deel van de "Staatsräson" van mijn land.' Minder bekend, of zelfs helemaal niet geweten, is dat de link tussen Israëls veiligheid en Duitslands staatsraison eerder al in een essay van Rudolf Dreßler uit 2005 opgedoken was. Letterlijk had de toenmalige ambassadeur van de Bondsrepubliek Duitsland in Israël gezegd: 'Die gesicherte Existenz Israels liegt im nationalen Interesse Deutschlands, ist somit Teil unserer Staatsräson.' Pittig detail: Dreßler was lid van de SPD, de partij die de gehele geschiedenis van de Bondsrepubliek door met het christendemocratische kartel van CDU en CSU om de macht bikkelde en er sinds 1966 enkele keren een regeringscoalitie mee vormde.

Dat Merkel de bewoordingen van een partijpolitieke concurrent overnam, bewijst dat de Duitse christendemocraten en sociaaldemocraten het alvast over dit aspect van de Duitse Israëlpolitiek eens waren, namelijk dat aan het bestaansrecht van Israël niet getornd wordt en dat het land concreet ook recht heeft op wapenleveringen om zich te kunnen verdedigen. In hoeverre de joodse staat bij het inzetten van zijn militaire macht de grenzen van het volkenrecht en de menselijkheid overschrijdt, leidt - zoals de kwestie 'Gaza' aantoont - tot discussie en zelfs wrevel tussen de CDU/CSU en de SPD die vandaag onder kanselier Friedrich Merz (CDU) een 'zwart-rode' coalitie vormen.

De bewering dat de bekommernis van de Duitsers om Israël voortvloeit uit de eeuwig bezworen herinnering aan de Holocaust klinkt haast als een cliché. De schaduw van het naziverleden, de zelfverdediging van Israël en de rechten van de Palestijnen zijn zowat de drie sleutelbegrippen waarrond het Israëlbeleid van de twee belangrijkste tenoren van de Duitse politiek, CDU/CSU en SPD, nog altijd draait.

SPD OVER PALESTIJNS ZELFBESCHIKKINGSRECHT

De Bondsrepubliek Duitsland zag zich van bij haar oprichting in 1949 als het politieke én morele tegenbeeld van het Derde Rijk. Ze wilde door het Westen als een fatsoenlijke staat aanvaard worden. Alles hing af van hoe de Duitsers - op dat moment nog de West-Duitsers - zouden omgaan met de herinnering aan de misdaden van het nationaalsocialistische regime.

De houding tegenover de Joden en de pas opgerichte staat Israël vormde volgens Konrad Adenauer, de eerste bondskanselier, 'de vuurproef van de Duitse democratie'.

De houding tegenover de Joden en de pas opgerichte staat Israël vormde volgens Konrad Adenauer (CDU), de eerste bondskanselier, 'de vuurproef van de Duitse democratie'. Een eerste stap op weg naar verzoening was het sluiten van het Verdrag van Luxemburg op 10 september 1952 tussen Duitsland, Israël en de Jewish Claims Conference. De omschrijving ervan als 'Wiedergutmachungsabkommen' wekte de indruk dat het financiële aspect - de vergoeding voor het leed ten gevolge van de Jodenvervolging door de nazi's - op de morele dimensie overwoog. Toch keurde de voltallige Bondsdagfractie van oppositiepartij SPD op 18 maart 1953 het verdrag goed, terwijl slechts de helft van de parlementsleden van de regeringscoalitie van CDU/CSU en enkele kleinere partijen dat deed. Voor Adenauer betekende de ratificatie van het verdrag 'het afsluiten van het voor elke Duitser droevigste hoofdstuk van onze geschiedenis'.

De bredere internationale context - de joodse staat als 'storend element' in het Midden-Oosten - liet zich hier ook voor het eerst in de Duitse Israëlpolitiek gevoelen doordat enkele Arabische staten de Bondsregering nog van de ondertekening van het verdrag hadden willen afhouden. Vergeefs hadden ze aan de 'traditionele Duits-Arabische vriendschap' herinnerd en er zelfs mee gedreigd de DDR - de verachte Oost-Duitse communistische staat - te erkennen. Er was echter geen weg terug. Op 12 mei 1965 zouden de Bondsrepubliek en Israël diplomatieke relaties aanknopen.

Van 1966 tot 1969 nam de SPD, als juniorpartner van de CDU/CSU onder bondskanselier Kurt Georg Kiesinger, regeringsverantwoordelijkheid op. Met Willy Brandt als haar minister van Buitenlandse Zaken en van 1969 tot 1974 zelfs als haar bondskanselier had de partij een visionaire politicus in huis die het joodse volk erg genegen was. De antifascist Brandt had al vanaf zijn jeugd zijn afkeer van het antisemitisme niet onder stoelen of banken gestoken. Ook vanuit zijn Noors ballingsoord sloeg hij gade hoe de joden in het Derde Rijk van dag tot dag meer gevaar liepen. Hij sprak zich daarom eind jaren 1930 al uit voor de oprichting van een joodse staat in Palestina. De Zesdaagse oorlog van 1967 voerde Brandt de existentiële bedreiging voor ogen waaraan Israël blootstond. De Duitse regering stelde zich weliswaar neutraal op in het conflict, maar voor Brandt hield dat 'geen morele onverschilligheid' in. West-Duitsland duldde Amerikaanse wapenleveringen over zijn territorium aan Israël en bleef er tientallen miljoenen aan economische kredieten aan verstrekken.

De Grote Coalitie van Kiesinger/Brandt zag zich wel geconfronteerd met een dieptepunt in de Duits-Arabische relaties en met een oproerige studentenbeweging die sympathiseerde met de Palestijnse zaak. Brandt stelde zich vervolgens als bondskanselier (1969-1974) in een regering met de liberale FDP open voor het recht van de Palestijnen op zelfbeschikking. Dat was alleen maar consequent, aangezien hij dit recht in het kader van zijn 'Ostpolitik' ook toekende aan de volkeren van Centraal- en Oost-Europa. Eigenbelang maakte dat de geopolitieke blik van de Bondsrepubliek zich meer richtte op het Oostblok - waarvan de staten er een vijandige houding jegens Israël op nahielden -, en op de Arabische staten omwille van de groeiende afhankelijkheid van aardolie. In het kader van de Europese Politieke Samenwerking sloot de regering-Brandt meer aan bij de pro-Arabische Midden-Oostenpolitiek van Frankrijk. Dat resulteerde in november 1973 in een pro-Palestijnse resolutie van de Europese Gemeenschap. Brandt wist echter een nog sterkere anti-Israëlische accentzetting ervan te verhinderen. Israël was verbolgen over die nieuwe Midden-Oostpolitiek. Ook de vervroegde vrijlating van de Palestijnse terroristen die een aantal Israëlische atleten tijdens de Olympische Spelen van München in 1972 hadden vermoord, zette kwaad bloed. De plooien waren weer gladgestreken tegen dat Brandt in juni 1973 als eerste bondskanselier een staatsbezoek aan Israël bracht. Het bestaansrecht van Israël stond voor hem buiten kuif. Dat belette hem niet om te pleiten voor de rechten van de Palestijnen en als voorzitter van de Socialistische Internationale op 7 juli 1979 zelfs een ontmoeting te hebben met Yasser Arafat (PLO).

Het bestaansrecht van Israël stond voor Willy Brandt buiten kuif. Dat belette hem niet om te pleiten voor de rechten van de Palestijnen.

Helmut Schmidt (SPD) volgde Brandt in 1974 op als bondskanselier, met de liberaal Hans-Dietrich Genscher als minister van Buitenlandse Zaken aan zijn zijde. De zakelijke Schmidt erkende de historische schuld van Duitsland jegens de joden, maar wilde los van persoonlijke gevoelens de verplichtingen vervullen die Israëls bestaansrecht vereiste. Vanuit die nuchtere opstelling zocht hij contact met de Arabische staten, ook vanuit het besef dat dit de veiligheid van de joodse staat alleen maar ten goede kon komen. Hij meende de uiteenlopende verwachtingen van Israëli's en Arabieren te kunnen overvleugelen door een gemeenschappelijke Europese Midden-Oosten-politiek. Menachem Begin, die in 1977 Yitzhak Rabin als premier van Israël opvolgde, was niet opgezet met de geringere positie die het schuldbeladen verleden van de Duitsers in de Midden-Oosten-politiek van de SPD-kanselier innam. Helmut Kohl (CDU), kanselier van 1982/83 tot 1998, zou de betrekkingen met Israël weer nauwer aanhalen en zelfs ter bevordering van het vredesproces de opbouw van de economie en de infrastructuur in de Palestijnse gebieden versterken.

Gerhard Schröder (SPD) bekleedde van 1998 tot 2005 het ambt van bondskanselier in een rood-groene coalitie. Op de Europese top van 24-25 maart 1999 kreeg hij de 'Verklaring van Berlijn' erdoor waarin de Europese Unie de zelfverplichting van de Palestijnse Nationale Raad toejuichte om het bestaansrecht van Israël te erkennen en tegelijk het 'duurzame en onbeperkte recht van de Palestijnen op zelfbeschikking met inbegrip van de optie voor een staat' bekrachtigde. Het begrip 'optie' liet doorschemeren dat de tijd nog niet rijp was om een Palestijnse staat uit te roepen.

In het coalitieakkoord van hun tweede regeerperiode (2002-2005) koppelden SPD en Bündnis 90/Die Grünen het vredesproces in het Midden-Oostenconflict gelet op de schok van 9/11 aan de strijd tegen terrorisme. Het garanderen van Israëls bestaansrecht moest op die manier ook bijdragen tot de veiligheid van Duitsland. De latere verwijzingen door Dreßler en Merkel naar de 'Staatsräson' moeten ook zo worden begrepen, en niet alleen in het licht van het Duitse verleden. Schröder distantieerde zich wel meer van Israël dan Brandt. Hij en zijn buitenlandminister Joschka Fischer (Grüne) leidden uit het bestaansrecht en de veiligheid van Israël ook de verplichting van Duitsland af om zich in te zetten voor de rechten van de Palestijnen en een duurzame oplossing te zoeken voor het conflict.

SPD STUURT AAN OP KOERSWISSEL

Vanaf Brandt richt de Duitse Israëlpolitiek zich op de concepten van Israëls veiligheid, militaire en economische samenwerking met Israël en een vredesproces dat de rechten van beide zijden erkent. Toch vielen er vanuit sociaaldemocratische hoek meer kritische geluiden te horen. Sigmar Gabriel (SPD), van 2017 tot 2018 minister van Buitenlandse Zaken, zocht bij zijn bezoek aan Israël in april 2017 het gesprek met kritische ngo's. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu zegde daarop zijn afspraak met Gabriel af. Het zwart-rode coalitieakkoord van het vierde kabinet-Merkel (2018-2021) bekritiseerde de Israëlische nederzettingenpolitiek omdat ze een tweestatenoplossing in de weg zou staan. Het was de SPD die zo een groeiend verzet tegen het beleid van Israël schraagde.

Sigmar Gabriel (SPD), van 2017 tot 2018 minister van Buitenlandse Zaken, zocht bij zijn bezoek aan Israël in 2017 het gesprek met kritische ngo's.

Het bestaansrecht van Israël bleef bij alle kritiek een onaantastbaar gegeven voor Duitsland. Geschokt door de terroristische aanval van Hamas op Israëlische burgers op 7 oktober 2023 drukte de toenmalige bondskanselier Olaf Scholz (SPD) zijn solidariteit met Israël uit: 'Op dit moment is er voor Duitsland slechts één plaats: de plaats aan de kant van Israël'. Desondanks verloor de Duitse politiek de andere kant van de medaille niet uit het oog, of zoals het in een gemeenschappelijke, door de rood-groene coalitiepartners en oppositiepartij CDU aangenomen resolutie luidde: 'Het doel moet verder een vreedzaam samenleven van Israëli's en Palestijnen zijn waarover beide een basisakkoord hebben bereikt'. Eind oktober 2023 stemde de Algemene Vergadering van de VN over een resolutie waarin opgeroepen werd tot een wapenstilstand in Gaza, maar de terreurdaad van Hamas geen vermelding vond. Veertien staten waaronder de VS wezen haar af; Duitsland onthield zich. Israël had een duidelijk 'nein' verwacht en reageerde dan ook ontgoocheld.

De houding tegenover Israël is in de Duitse samenleving en politiek kritischer geworden naarmate de humanitaire nood in de Gazastrook meer en meer schrijnend werd. De SPD vormt sinds 6 mei 2025 een coalitie met de CDU/CSU van bondskanselier Friedrich Merz (CDU). De zwart-rode regering verdedigde het standpunt dat de erkenning van een Palestijnse staat alleen mogelijk is mits vervulling van verschillende voorwaarden zoals de vrijlating van de gijzelaars, de ontwapening van Hamas en de wederzijdse erkenning van Israël en Palestina. Zeker vanuit parlementaire hoek begon de SPD geleidelijk aan te sturen op een koerswissel in het Israëlbeleid. Op 2 juni riep het SPD-partijbestuur de Israëlische regering op de humanitaire blokkade in Gaza te beëindigen en tot een wapenstilstand te komen. Israël zou ook wapens die vanuit Duitsland geleverd worden niet meer mogen gebruiken voor militaire acties die tegen het volkenrecht indruisen. Binnen de Bondsdagfractie van de SPD pikten bepaalde leden hier eind juli op in door zelfs een verbod van Duitse wapenexporten naar Israël te eisen. Duitsland diende zich volgens hen ook aan te sluiten bij een oproep van 28 staten aan het adres van Israël om de oorlog onmiddellijk te stoppen. SPD-fractievoorzitter Matthias Miersch appelleerde aan de verantwoordelijkheid die Duitsland niet alleen voor het bestaansrecht van Israël draagt, maar ook voor het respecteren van het volkenrecht en de bescherming van de Palestijnse burgerbevolking. SPD-parlementslid en vicefractievoorzitter, Siemtje Möller, waagde zich begin augustus zelfs aan de uitspraak: 'De erkenning van een Palestijnse staat mag voor ons geen taboe zijn en hoeft niet pas aan het einde van zo'n proces te komen'.

Sommige SPD-parlementsleden eisen nu een opschorting van het Europees Associatieakkoord met Israël en directe sancties tegen bepaalde leden van de Israëlische regering.

Wat niemand verwacht had, gebeurde op 8 augustus: Merz kondigde een gedeeltelijke stop op de uitvoer van wapens naar Israël aan. Volgens Tim Klüssendorf, secretaris-generaal van de SPD, was deze beslissing het resultaat van wekenlange gesprekken hierover binnen de coalitie. Verontruste christendemocratische politici vroegen zich echter af of dit het einde van de 'Staatsräson' betekende. Sommige SPD-parlementsleden willen nog verder gaan en eisen een opschorting van het Europees Associatieakkoord met Israël en directe sancties tegen bepaalde leden van de Israëlische regering. Er is onmiskenbaar een verharding van het sociaaldemocratische standpunt tegenover Israël opgetreden sinds de SPD als juniorpartner meeregeert. Sommige analisten zijn de mening toegedaan dat de partij na het tijdperk-Scholz nog moet werken aan haar geloofwaardigheid, dat ze dus 'bereid moet zijn, te erkennen wat ze door passief zwijgen en actieve medeplichtigheid heeft aangericht'.

 

SAMPOL ONLINE

40€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
Meest gekozen 

SAMPOL COMPLEET

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL STEUN

100€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
 

SAMPOL SPONSOR

500€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*