Premier De Wever reduceerde onlangs officiële armoedecijfers tot een geloof, en dat is hoogst problematisch.
We moeten het even hebben over statistiek. Mijn excuses. Bij veel mensen breekt dan het angstzweet uit. Dat is jammer, want statistieken, indicatoren en cijfers zijn onontbeerlijk om een wereld in verandering beter te begrijpen, om de gevolgen van beleidskeuzes in kaart te brengen en om alternatieve keuzes te onderbouwen. Maar: dat kan enkel als de statistieken door beleidsmakers correct gebruikt en geïnterpreteerd worden, en als het brede publiek er vertrouwen in heeft. Op dat vlak is er zwaar weer op komst.
Volgt u even met mij mee. Mensen zijn over het algemeen geneigd om de cijfers te geloven die hun eigen ideologische vooringenomenheid bevestigen en de cijfers die dat tegenspreken te verwerpen. Een klassieker in het genre is dat mensen die tegen migratie zijn, het aantal migranten in de samenleving sterk overschatten, waarin ze dan weer een bevestiging van hun politieke standpunt vinden. Wars van de feiten. Maar ongecijferdheid is niet louter een rechtse hobby. Wie ongelijkheid een probleem vindt, zal geneigd zijn om overal toenemende ongelijkheid te zien. En daarin de bevestiging te zien van het probleem. Gemotiveerd redeneren, heet dat.
Sommige politici spelen daar gretig op in door cijfers selectief of ronduit foutief te gebruiken. En dat blijft niet zonder gevolgen. Want één van de remedies tegen het gemotiveerd redeneren zijn goede, betrouwbare statistieken en indicatoren die een onafhankelijke inkijk bieden in de wereld rondom ons. Cijfers waarin het brede publiek vertrouwen kan hebben, omdat ze niet politiek gemanipuleerd worden. En die zo ook toelaten om de gevolgen van beleidskeuzes zichtbaar te maken, en politici erop af te rekenen.
Dat is helaas geen garantie meer. Van India tot Argentinië, overal neemt de politieke controle op openbare cijfers toe. In de VS ontsloeg president Trump doodleuk het hoofd van de dienst arbeidsmarktstatistieken omdat de cijfers over jobgroei (in dit geval: jobverlies) zijn politiek project niet ondersteunden. In het wetenschappelijke toptijdschrift Nature werd deze maand nog aan de alarmbel getrokken omdat meer en meer landen geen betrouwbare data meer aanleveren, en de organisatie van Amerikaanse statistici publiceerde eind 2025 een rapport met de veelzeggende titel The Nation's Data at Risk.
Bij ons zijn de openbare statistieken nog niet in gevaar. Maar toch is er reden tot ongerustheid
Bij ons zijn de openbare statistieken gelukkig nog niet in gevaar. Maar toch is er reden tot ongerustheid. Laat me dat illustreren met de armoedecijfers. De armoedecijfers worden onafhankelijk verzameld door het Belgische statistiekbureau Statbel en zijn gebaseerd op een Europese definitie van het armoederisico, waarbij voor elk land een armoedegrens wordt vastgelegd. Wat je minimaal nodig hebt om uit de armoede te blijven verschilt van land tot land, dat is logisch. De armoedecijfers tonen dan het percentage van de bevolking dat met te weinig moet rondkomen. Ze laten toe om de veranderingen in de armoede betrouwbaar te vergelijken tussen landen en over de tijd, en je kan er de effecten van het beleid uit aflezen. Noodzakelijke info.
Dankzij de armoedestatistieken weten we bijvoorbeeld dat de armoede in België tijdens de voorbije regeerperiode van Vivaldi gedaald is. Dat is een belangrijke ommekeer en in Europees verband een behoorlijk unieke prestatie. De cijfers helpen ons ook begrijpen hoe dat komt: de armoededaling is vooral het gevolg geweest van het verhogen van de uitkeringen bovenop de index, in de nasleep van de coronacrisis toen er plots een politiek en maatschappelijk draagvlak ontstond om de sociale zekerheid te versterken. Leve de onafhankelijke statistiek! Toch?
De reactie van premier Bart De Wever in De Standaard was echter even laconiek als veelzeggend: "geloof je echt dat de armoede is gedaald door Vivaldi?" De officiële armoedecijfers worden gereduceerd tot een geloof. Het doet denken aan partijgenoot Jan Jambon die in 2019 als Vlaamse minister-president liet optekenen dat "we ook eens [moeten] kijken naar de definitie van armoede. Als we ons daarop baseren, zijn we ons zelf iets aan het wijsmaken." Toen ging het armoederisico namelijk nog in stijgende lijn. Als de resultaten ons niet gunstig zijn, dan veranderen we toch gewoon de definitie? Statistieken zijn alleen maar nuttig als ze het eigen gelijk bevestigen.
Wie geen zin heeft in een stevig armoedebeleid, zaait twijfel over de betrouwbaarheid van de statistieken
Cijfers zijn politiek. Wie geen zin heeft in een stevig armoedebeleid, heeft baat bij een definitie die zo weinig mogelijk mensen als arm beschouwt. Of zaait twijfel over de betrouwbaarheid van de statistieken. Maar de gevolgen kunnen verstrekkend zijn. Het beleid dat voor de armoededaling heeft gezorgd, wordt nu teruggedraaid door de Arizonaregering. Maar als dalende armoedecijfers een kwestie van geloof zijn, wie kan dan nog de politici ter verantwoording roepen als ze opnieuw gaan stijgen?
Volgens de Eurobarometer van de Europese Commissie is het vertrouwen van de Belg in de openbare statistieken nu al laag in vergelijking met andere Europese landen. Wanneer politici vanuit een gezagspositie zelf bijdragen aan het ondermijnen van die gegevens, dan dreigt een spiraal van wantrouwen te ontstaan. Een samenleving zonder betrouwbare statistieken is een stuurloze samenleving waar ongecijferdheid de plak zwaait. Het is aan politici om hierin hun verantwoordelijkheid te nemen. Want als zij zelf vrolijk de overheidsstatistieken in vraag blijven stellen, moeten we niet verbaasd zijn als uiteindelijk niemand hén nog zal geloven.