Asbest in zandbakken, PFAS in drinkwater, microplastics in thee, … elke week is er nieuwe schade. En wij doen alsof het normaal is. Toch zijn er geen boetes, geen afgetreden CEO's. En wij? Wij doen alsof het normaal is.
Asbest in zandbakken van kleuters, PFAS in ons drinkwater, melkpoeder besmet met cereulide voor baby's, theezakjes met microplastics, ... Er gaat geen week voorbij zonder nieuws over hoe een bedrijf onze gezondheid op een nieuwe manier beschadigt.
En toch: geen grote volkswoede. Geen blokkades. Geen afgetreden CEO's. We kopen wat meer flessenwater. We veranderen van merk van melkpoeder. We checken de zandbak thuis en op school. We kopen dan toch die metalen theefilters. En dan gaan we weer verder. We individualiseren een collectief probleem. Want wat doe je eraan?
Maar net deze reactie is exact waar heel wat bedrijven op rekenen. Een beetje verontwaardiging uitzitten en men kan weer verder doen. Zonder grote gevolgen, zonder repercussies. De kleine groep mensen die door bedrijfsactiviteiten wel degelijk ziek wordt, staan er alleen voor. Die individuele uitweg, de biologische groentjes, betere filters, het zand in de zandbak vervangen, die is enkel weggelegd voor wie het kan betalen. Wie dit niet kan, betaalt met zijn gezondheid.
Bedrijven gebruiken het draaiboek dat op 15 december 1953 werd geschreven door de tabaksindustrie
Nu, ik snap deze apathie ergens wel. Want wat kan je hier als mens dan ook echt aan doen? 3M, Nestlé of Lipton zijn niet de eerste bedrijven die producten op de markt brengen die de gezondheid schaden. Stuk voor stuk gebruiken ze het draaiboek dat op 15 december 1953 werd geschreven door de tabaksindustrie. Op die dag kwamen de CEO's van de zes grootste tabaksbedrijven samen in het Plaza Hotel in New York. Deze bedrijven, waaronder Philip Morris International en Japan Tobacco, zijn vandaag nog steeds marktleiders die miljarden verdienen met de verkoop van sigaretten, nicotinezakjes en vapes.
Die dag schreven ze een zin die de afgelopen zeventig jaar de blauwdruk werd voor elke industrie die gezondheidsschade wil afwentelen: 'doubt is our product, since it is the best means of competing with the body of fact.' Met andere woorden: niet ontkennen, niet oplossen, maar twijfel creëren. Verwarring zaaien tot wanneer alles moet vertragen en de tegenstander uitgeput wordt. De tabaksindustrie besloot daarom in twijfel te trekken of sigaretten wel degelijk kanker veroorzaken en publiceerde zelfs een nationale advertentie in de krant die dit ontkende. Pas decennia later zouden we ontdekken dat ze intern wel degelijk bewijs hadden dat de link tussen roken en kanker aantoonde, maar dit simpelweg hebben verzwegen.
En dus wordt dit draaiboek opnieuw en opnieuw toegepast, ook bij ons in België. Kijk naar Zwijndrecht. De 3M-fabriek aan de Canadastraat loost al decennialang PFAS in de grond en het grondwater. Wat 3M wist - en wanneer: 1977. Intern onderzoek toont aan dat PFOS "meer toxisch is dan verwacht." 1978. Een apenexperiment wordt stopgezet. Alle dieren zijn binnen dagen dood. 1980. 3M vindt PFAS in het bloed van arbeiders in de Antwerpse fabriek. Ze besluiten de Belgische overheid niet in te lichten. 2001. 3M meet zelf 257.000 microgram PFOS per liter grondwater - duizenden keren boven elke norm. OVAM oordeelt dat sanering niet nodig is.
In 2017 schrijft toxicoloog Jan Tytgat van de KU Leuven twee rapporten met ondubbelzinnige waarschuwingen: eet geen lokale eieren en laat kinderen niet in zandbakken spelen. Die rapporten worden niet gecommuniceerd aan het publiek. Een rechtbank oordeelt in september 2024 dat het Vlaamse Gewest en OVAM daarin een fout begingen - ze wilden het Oosterweelproject niet in gevaar brengen.
Je zou voor minder verontwaardigd zijn, toch? Arts en traumaonderzoeker Gabor Maté noemt dit een 'moreel letsel': de toestand waarin je iets onrecht ziet, maar machteloos blijft. Het brein overleeft dat door verontwaardiging om te zetten in cynisme. En cynisme is het beste wat vervuilende bedrijven kunnen overkomen.
Met andere woorden: we hebben veel meer nood aan actie. Onze mentale en lichamelijke gezondheid heeft dit nodig. We moeten op zoek gaan naar manieren om bedrijven sneller en beter verantwoordelijk te houden voor hun gezondheidsschade - of nog beter: om het überhaupt te voorkomen. Er zijn wel degelijk manieren om dit te doen. Maar, je raadt het al, ze zijn complex en gaan heel erg traag. Daar hebben de bedrijfslobbyisten en -advocaten wel voor gezorgd. Maar we hebben nood aan meer mensen die vechten tegen marktmacht én weten dat dit wel degelijk kan.
Er zijn wel degelijk manieren om het systeem in het voordeel van gezondheid aan te passen
Het goede nieuws is dat er wel degelijk heel wat manieren zijn om te vechten, om het systeem in het voordeel van gezondheid aan te passen.
-
Omkering van de bewijslast: niet de burger die moet bewijzen dat een product schadelijk is, maar het bedrijf dat moet aantonen dat het veilig is. Er zijn vandaag te weinig mechanismen die dit mogelijk maken. REACH, een Europese chemicaliënwetgeving, beloofde dit al in 2007. In de praktijk is het omgekeerd: autoriteiten moeten bewijzen dat stoffen gevaarlijk zijn - stof per stof, zaak per zaak, decennium per decennium.
-
Collectief juridisch schadeverhaal voor milieu- en gezondheidsschade: de 1.400 vergiftigde Zwijndrechtenaars moesten zelf een collectief mechanisme uitvinden - want België heeft op juridisch vlak geen 'class action'. Ze klagen aan op basis van burenhinder. Hetzelfde juridisch instrument als voor een overhangende boom. Omliggende landen hebben wél een optie om collectief een schadeveroorzaker aan te klagen.
-
Transparante lobbyregisters: wie zat er aan tafel toen de veiligheidsregels werden geschreven? In België is dat nog altijd een zéér grijze zone. Onze politici weigeren om vergaderingen te loggen en notities beschikbaar te stellen.
Geen van deze eisen is utopisch. Ze bestaan al, in flarden, in andere landen en andere wetgevingen. Maar ze worden systematisch uitgehold en niet nageleefd.
Tussen de eerste wetenschappelijke waarschuwingen over asbest en een Europees verbod lagen meer dan honderd jaar. PFAS: bijna vijftig jaar. Tabak: meer dan vijftig jaar. Telkens hetzelfde draaiboek, telkens dezelfde vertraging, telkens dezelfde rekening: betaald door zieken, niet door vervuilers.
Complexiteit is een strategie. Wij betalen er al lang genoeg de prijs voor.
Eline Goethals is één van de jonge talenten van Nieuw Geluid, een talentontwikkelingstraject voor nieuwe stemmen, georganiseerd door deBuren, een Vlaams-Nederlands huis voor cultuur en debat. Dit stuk is op eigen naam en onafhankelijk van deBuren.