Samenleving & Politiek

Waarom ik meer belasting wil betalen

Ons fiscaal beleid is gebaseerd op verkeerde veronderstellingen over superrijkdom en over hoe vermogenden omgaan met hun geld. Het systeem moet dringend worden gecorrigeerd. Dat zou voor mij persoonlijk hogere belastingen betekenen, maar is nodig om onze democratie en samenleving te beschermen.

In een samenspel van persoonlijke en maatschappelijke analyse heb ik de voorbije jaren geprobeerd om mijn rol als zeer vermogend persoon in de samenleving, en met name in de toenemende ongelijkheidsdynamiek, beter te begrijpen. Het maakte daarbij niet uit of ik die rol comfortabel vond of niet, noch of ik er al dan niet voor gekozen had.

De voedingsbodem hiervoor was mijn bewuste betrokkenheid bij thema's als duurzaamheid, de strijd tegen armoede en de noodzaak van een eerlijker globaal systeem. Ik gebruikte in mijn analyse mezelf als symptoom in een maatschappelijke evolutie die me zorgen baarde, en geleidelijk groeide het besef dat ik me, als ik het eerlijk meende en iets ten goede wilde veranderen, moest beginnen concentreren op fair taxation.

Het rechtstreekse gevolg was dat ik het eerste Belgische lid werd van Millionaires for Humanity, een internationaal netwerk van vermogenden die pleiten voor een eerlijkere belastingheffing. Specifiek voor België vertaal ik dat als: een beter evenwicht tussen verschillende soorten belastingen. Ik pleit voor alle duidelijkheid dus niet voor een hogere belastingdruk, wel voor een betere spreiding van die druk.

Doorheen mijn onderzoek, gevoerd vanuit het perspectief van rijkdom, werden een aantal dingen duidelijk. Hier zal ik me concentreren op drie daarvan: de gevaarlijke dynamiek die ons belastingstelsel aanzwengelt, de verkeerde overtuigingen rond superrijkdom waarop ons fiscaal beleid zich baseert, en hoe we over geld en vermogen praten - of beter gezegd: er niet over praten.

The rich get richer

Eerste vaststelling: we hebben een belastingstelsel dat ongelijkheid structureel vergroot.

André Decoster en zijn team maakten in hun studie De paradox van de ongelijkheid eindelijk concreet wat voordien een aanvoelen was: ongelijkheid wordt een totaal ander verhaal wanneer vermogen mee in rekening genomen wordt. In België betaal je vanaf een bepaald vermogensniveau proportioneel minder belastingen, en vanaf een zeker topniveau wordt dat verschil zelfs aanzienlijk. Dit betekent dat een vermogende bij de rijkste 1% van de bevolking proportioneel minder belastingen betaalt dan een 2%-er of een 5%-er. Wat moet het dan niet zijn voor een 0,1%-er? De financiën van de top van de piramide zijn notoir moeilijk te onderzoeken, maar ook de grafieken voor uitsluitend dat toppercentiel vertonen een exponentiële stijging aan de rechterkant.

Geld genereert geld, en veel geld maakt het mogelijk om er nog meer te genereren. Zo werkt het systeem waarin we leven. Dat heeft veel welvaart voortgebracht, maar het heeft ook correcties nodig. Want terwijl we de dynamiek van accumulatie voor het gros van de bevolking wél bijsturen, versterken we die tegelijkertijd voor de allerrijksten. Deze inconsequentie stuwt ons richting extreme ongelijkheid, en dat is iets wat we ten allen prijze zouden moeten willen vermijden. De geschiedenis van ongelijkheid (uitvoerig beschreven in The Great Leveler, het magnum opus van historicus Walter Scheidel) leert ons immers dat ze bijna altijd de voorbode is van geweld en maatschappelijke chaos.

Een miljoen, tien miljoen, honderd miljoen of een miljard zijn zeer verschillende cijfers, en we zouden ze ook zo moeten behandelen

Het verschil in belastingdruk komt onder meer voort uit een grote klemtoon op inkomensbelastingen en een veel kleinere op belastingen rond vermogen. Een miljoen, tien miljoen, honderd miljoen of een miljard zijn nochtans zeer verschillende cijfers, en we zouden ze ook zo moeten behandelen.

Dat is jammer genoeg minder eenvoudig dan het op het eerste zicht lijkt. Publicist Tim 'S Jongers beschrijft in zijn boek Armoede uitgelegd aan mensen met geld hoe de meeste beleidsmaatregelen om armoede te bestrijden effectief werken voor pakweg 80% van de mensen voor wie ze bedoeld zijn. Maar precies voor de armste 20% is armoede zo'n kluwen van zichzelf versterkende dynamieken dat er als vanzelf een neerwaartse spiraal ontstaat. Daarom is voor die doelgroep een andere aanpak nodig, ontwikkeld vanuit een andere blik. Aan het andere uiterste van het financiële spectrum werkt het net zo: vanaf bepaalde welvaartsniveaus stuwen versterkende dynamieken je als vermogende steeds verder omhóóg. Ook daar is dus een andere aanpak nodig, op maat van de uitzonderlijke situatie en vanuit een toegespitst perspectief.

Een recent antwoord van onze minister van Financiën, Jan Jambon (N-VA), op een parlementaire vraag over ongelijkheid - "het feit dat mensen rijker worden, is niet mijn probleem" - toont treffend de wijdverspreide gedachte dat slechts één kant van het spectrum onze aandacht nodig heeft, armoede met name. Dat zou een grote vergissing zijn. Francis Fukuyama himself, zelfverklaard neoliberaal en één van de architecten van de Reaganomics van de jaren 1980, schreef in 2022: "De verdeling van de groei en het handhaven van een zekere mate van inkomens- en vermogensongelijkheid is belangrijk om zowel economische als politieke redenen. Als de ongelijkheid te extreem wordt, stagneert de totale vraag en neemt de politieke weerstand tegen het systeem toe." Louter inzetten op armoedebestrijding heeft dus weinig zin als we toestaan dat superrijkdom exponentieel toeneemt.

Omzeilen: een Olympische klasse apart

Te veel mensen geloven vandaag nog steeds dat de toename van superrijkdom geen gevolgen heeft voor de samenleving. Of als het toch zo is dat uiteindelijk wel positief zal zijn voor iedereen. Dat brengt me bij mijn tweede vaststelling: ons fiscaal beleid is gebaseerd op verkeerde veronderstellingen over superrijkdom en over hoe vermogenden omgaan met hun geld.

Die aannames zijn het gevolg van zowel onze ontkenning als ons ongemak.

De overgrote meerderheid van de bevolking kan zich eigenlijk niet concreet voorstellen wat superrijkdom inhoudt

De overgrote meerderheid van de bevolking kan zich eigenlijk niet concreet voorstellen wat superrijkdom inhoudt. Daar komt bijvoorbeeld een opmerking uit voort als "Erfbelasting is oneerlijk, want ik heb hard gewerkt voor mijn huis en als mijn kinderen daar bij mijn dood nog belastingen op moeten betalen, is dat dubbelop!". Dat het misschien wél een goed idee is als het over pakweg 27 huizen gaat, wordt onthaald op ongeloof: "Maar wie heeft er nu 27 huizen?"

De 1% van haar kant etaleert haar rijkdom niet graag. Die kiesheid komt het dagelijks samenleven misschien wel ten goede maar creëert ook de schijn dat superrijkdom geen invloed heeft op de samenleving.

De wetgever ten slotte heeft ook goede redenen om het fenomeen buiten beschouwing te laten: superrijkdom ondergraaft het verhaal dat alles valt of staat met (gewaardeerde) arbeid en ondermijnt daarmee het narratief van zowat alle politieke partijen.

Na ontkenning volgt ongemak. Onderhuids wéten we dat de toenemende ongelijkheid geen gezonde ontwikkeling is, maar we lijken zo weinig greep op de situatie te hebben dat we reageren zoals bij elk moreel dilemma van formaat: we vermijden het onderwerp. De prijsuitreiking op het Grote Podium der Omzeiling gaat als volgt.

De bronzen medaille is voor: 'het kan gevolgen hebben voor filantropie en daar hangt veel van af'. Dat is zo. Maar het is ook zo dat filantropie afhangt van mijn goodwill als vermogend persoon en mij zo te veel macht geeft. Bovendien focust filantropie eerder op gevolgen dan op oorzaken en zal het dus nooit een oplossing zijn voor fundamentele maatschappelijke problemen.

De zilveren medaille gaat naar: 'het ondersteunen van het bedrijfsleven en het stimuleren van ondernemerschap zijn essentieel'. Inderdaad. Maar het is ook belangrijk om te onderkennen dat het ondernemerschap waarvan sprake slechts een deel van de samenleving uitmaakt. Bovendien denkt dat deel vooral in termen van financiële return on investment. In de juiste context is dat een logisch principe, maar niet alles in onze samenleving werkt volgens die logica. Bijgevolg zal een onderne(e)m(st)er niet investeren in bijvoorbeeld onderwijs, politie, justitie of bibliotheken. (Waar dat wel gebeurt, wordt groeiende ongelijkheid trouwens nog meer een structureel gegeven.)

De gouden medaille zit veilig bij: 'ja maar de overheid werkt niet efficiënt en heeft niet de juiste prioriteiten'. Fair enough. Als burger mogen en moeten we kritisch zijn over hoe de overheid tewerk gaat en welke resultaten ze kan voorleggen. Tony Blair benadrukt het in On Leadership: "Delivery, making the change which works, is the only real test of government." Maar zelfs in een utopische samenleving waar alles perfect werkt en iedereen tevreden is over de overheid, zal de vraag beantwoord moeten worden wat nu echt een fair belastingevenwicht is.

De onderwerpen op het Grote Podium zijn belangrijk, zelfs cruciaal. Ze moeten worden besproken en aangepakt, en ze mogen vooral niet worden gebruikt als voorwendsel om een gesprek over de ongelijkheid en het systeem dat die aanzwengelt te omzeilen.

Verkeerde aannames

De grondslagen van ons fiscaal beleid zijn aangetast door de intellectuele oneerlijkheid van ons ontwijkingsgedrag. Want precies door het onderwerp te vermijden, blijven een aantal aannames over superrijkdom en over de manier waarop vermogenden hun rijkdom aanwenden overeind, en het zijn deze verkeerde veronderstellingen waarop het belastingbeleid voor de top van de vermogenspiramide gebaseerd wordt.

Eén van de belangrijkste verkeerde veronderstellingen is dat het grootste deel van de opgebouwde superrijkdom gaat naar investeringen

Eén van de belangrijkste verkeerde veronderstellingen is dat het grootste deel van de opgebouwde superrijkdom gaat naar investeringen die een dynamische economie ondersteunen, wat leidt tot meer sociale mobiliteit en welvaart voor iedereen.

In 2021 rapporteerde De Tijd dat privébanken in België 483 miljard euro onder vermogensbeheer hadden. Vorig jaar rapporteerde PWC dat het geïnvesteerde bedrag in durfkapitaal in België in 2024 gestegen was tot 4,45 miljard euro. Deze cijfers zijn symptomatisch voor de verkeerde aannames rond superrijkdom.

Superrijkdom definieer ik hier voor de gelegenheid even als: geld hebben dat je je kan permitteren te verliezen. Iemand in die situatie heeft volgens mij drie keuzes. Eén: je geeft het uit of je geeft het weg. Twee: je onderneemt of je investeert, liefst in België, met een gevoel voor risico. Dat is het soort risico dat 'aangemoedigd moet worden' en 'moet lonen', en dat makkelijk gelinkt wordt aan job- en welvaartcreatie. Drie: je beheert het, of laat het beheren, met een focus op veiligheid. Die laatste keuze is die van de 'veilige beleggingen' (vastgoed, land en aandelen bijvoorbeeld) met een globale aanpak. Bijgevolg stijgen de prijzen van die assets, wat alleen goed nieuws is voor degenen die ze al bezitten. Voor de rest van de samenleving is het slecht nieuws. De betaalbare woningcrisis is hier een sprekend voorbeeld van.

Het merendeel van de superrijkdom gaat helemaal niet naar optie twee zoals graag gedacht, het vloeit naar optie drie en blijft daar ook. Dit betekent dat superrijkdom de maatschappelijke ongelijkheid meer voedt dan dat ze zorgt voor algemene welvaart.

Ook wie er van uitgaat dat superrijken van nature financiële risiconemers zijn, slaat de bal mis. Wanneer ik als zeer vermogende in een beginnend bedrijf investeer, weet ik dat er twee mogelijkheden zijn: het project kan mislukken, en dan ben ik mijn investering kwijt, of het project slaagt, wat kan leiden tot de realisatie van een meerwaarde (die tot voor kort helemaal niet werd belast). Het meest voorkomende narratief rond dit type investeringen linkt het risico van de investering sterk aan het mogelijke verliesscenario, maar gezond financieel beleid houdt in dat ik voor dat type investeringen alleen vermogen gebruik dat ik me echt kan permitteren te verliezen. Dat maakt het dus risico zonder echte gevolgen, wat nogal tegenstrijdig is met de definitie van risico.

Even ter reality check een vergelijking met de eerste groep werknemers van deze fictieve start-up: als het project mislukt, is iedereen zijn werk kwijt; als het slaagt, krijgen deze mensen een salarisverhoging die meteen voor een aanzienlijk deel wordt wegbelast.

Stellen dat superrijkdom belasten verkeerd is omdat ze voortkomt uit de vruchten van arbeid is nog zo'n veronderstelling die begrensd is

Stellen dat superrijkdom belasten verkeerd is omdat ze voortkomt uit de vruchten van arbeid is nog zo'n veronderstelling die begrensd is. Vanaf bepaalde vermogens, en zeker wanneer het gaat over transgenerationeel vermogen, is de link met arbeid ver te zoeken en absoluut niet meer bruikbaar als verantwoording voor beleid. Ook hier is een eerlijker aanpak nodig op basis van de werkelijke feiten.

Zwijgen is goud

In zijn briljante boek De ongelijkheidsmachine beschrijft Paul Goossens de superrijken als "mensen die slapeloze nachten hebben vanwege een probleem waar alleen de rijken mee te maken kunnen krijgen: hoe ze nog meer geld kunnen verdienen met het vele geld dat ze al hebben". Dat brengt me bij de derde vaststelling: er is een totaal gebrek aan discussie over dit onderwerp.

Eén van de redenen hiervoor is dat we vergeten dat geld en rijkdom op elk niveau een gevoelig onderwerp zijn en we daarom snel verzanden in beschuldigen of pareren. Het is 'tax the rich' versus 'je wil het niet hard genoeg', en 'geef het geld terug dat je van de armen hebt gestolen' versus 'je bent te lui om een bedrijf te starten'. Het is duidelijk dat we voor een ernstig gesprek voorbij de clichés moeten.

Het is duidelijk dat we voor een ernstig gesprek voorbij de clichés moeten

In de politieke arena is het niet anders. Ik hoor veel politici zich van dit onderwerp bedienen maar bijna niemand die zich er echt in verdiept. Gezien de impact ervan op de samenleving is dat zacht gezegd verrassend.

Met in gedachten het gezegde All I have to do is pay taxes, and die (en in mijn persoonlijk geval All I have to do is not pay enough taxes, and die) is het opmerkelijk dat België als één van slechts tien landen ter wereld er wel in geslaagd is om een ernstig maatschappelijk gesprek over death te voeren. Een gelijkaardig gesprek over taxes blijft vooralsnog uit. Zwijgen is goud? Niet in dit geval.

Samengevat: we hebben een maatschappelijk en fiscaal systeem dat ongelijkheid vergroot, dat gebaseerd is op verkeerde veronderstellingen, en waar we niet over praten. Ik hoop dat mijn publieke stellingname zal helpen om het broodnodige gesprek erover op gang te brengen.

De correcties waar ik voor pleit, zouden voor mij persoonlijk hogere belastingen betekenen. Maar ik denk dat het met de dag duidelijker wordt dat extreme ongelijkheid gevaarlijke gevolgen heeft voor onze democratie, ons economisch systeem en onze samenleving als geheel. Onszelf durven confronteren met één van de hoofdoorzaken hiervan en een beter evenwicht nastreven door middel van eerlijkere belastingheffing, is de prijs die zeer vermogenden bereid moeten zijn te betalen. Het is de enige manier om te voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt en we terechtkomen in een situatie waarbij we allemaal verliezen.

Dit is een herwerkte versie van een keynote gegeven op Forward Fest 2026.

 

SAMPOL ONLINE

40€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
Meest gekozen 

SAMPOL COMPLEET

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL STEUN

100€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
 

SAMPOL SPONSOR

500€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*